Klik op de groene woorden om meer te weten te komen over deze specifieke inrichtingselement.
1. Hoofdgebouw
2. Bijgebouw
4. Tuin
5. Erfbosje
6. Bomengroep
7. Bomenrij
8. Poel
9. Oever
10. Akkerranden
Erven in het besloten veenontginningslandschap zijn rechthoekig. Ze liggen op enige afstand van de weg en kennen een sterk ‘voorerf’. Op het voorerf bevind zich de landschappelijke siertuin met enkele solitaire bomen. Op het voorerf komen naast bomen ook hagen voor. Deze hagen hebben een afschermende functie van de tuin en zijn vaak langs de weg of oprit gesitueerd. Indien er een boomgaard op het erf voorkomt is dit vaak naast de woning. Het achter erf wordt in de lengterichting afgeschermd door een brede houtsingel. Op het erf komen ook kleine bosjes voor. Dit groen geeft het erf een groene aankleding en zorgde vroeger voor het geriefhout. Aan de oostzijde waar de minste wind gekeerd hoeft te worden kan een bomenrij worden geplant. Onder deze bomenrij kijk je door zodat de weidsheid van het landschap ervaren kan worden. Aangezien het gebied erg nat is kan rondom het erf bijzondere slootkanten, terrastaluds en plasbermen of een poel gegraven worden. Langs de randen van het erf of akkers kunnen wilde bloemenmengsels gezaaid worden. Een goede inrichting van het erf geeft een hoge natuurwaarde. Ook de verharding op het erf draagt bij aan het verzorgde beeld op een erf. Een goede afstemming van functies op het erf maakt dat het een plek is waar het goed toeven is.
[insert page=’beplantingslijst’ display=’content’]